Ik spreek veel ouders. Op Urk en daarbuiten. Maar er zit verschil. Niet dat anderen geen humor hebben, maar op Urk gaat het sneller. Directer. Droger.
Aan tafel wordt er wat afgelachen. “Onger de kost” is het zelden stil. Er wordt heel wat geprikt en geklierd en tegelijk gebeurt er iets belangrijks: kinderen leren omgaan met gedoe. Ze leren hun verhaal brengen met een beetje lucht.
Urkers zijn daar goed in. Woordenkunstenaars. Met uitdrukkingen en opmerkingen die raak zijn. En het dialect helpt daar enorm bij. In het Urkers kun je dingen zeggen die in gewoon Nederlands veel harder of zwaarder zouden vallen. Het maakt het lichter, speelser, maar vaak ook eerlijker. Ouders zien dat ook. Die lachen vaak net zo hard mee. Ook om zichzelf.
En dat werkt.
Onderzoek laat zien dat humor helpt om spanning te verminderen en anders naar situaties te kijken . Niet alles wordt opgelost, maar het wordt wel draaglijker.
Tegelijk: humor is geen alles-oplosser. En te veel sarcasme kan ook afbreken. Kinderen moet je serieus nemen. "Love kan lange an ", of het veelgebruikte "meak niet zo en tier je an " zijn goedbedoelde opmerkingen die een gesprek weer dood kunnen laten slaan.
Maar goed gebruikt levert het veel op: een nuchtere blik, relativeren, veerkracht en vooral verbinding.
Ik heb dat trouwens niet alleen op Urk gezien. Ik zat ooit in een moskee met een groep Marokkaanse vaders over opvoeden te praten, in een kring op stoelen en schoenen uit bij de deur. Voor ons kleine glaasjes thee, en ja—met zes suikerklontjes erin. Binnen no-time lag de tafel dubbel. Verhalen over “die ouwe van mij” en hun eigen opvoeding, herkenning, gelach. Andere cultuur, zelfde mechanisme.
Humor opent iets.
Humor in opvoedgesprekken kan echt het ijs breken en laat in sommige gevallen het glazuur van je tanden laten barsten.
.png)
Reacties
Een reactie posten